Een reisverzekering is geen reisdienst

08 oktober 2020 - Aansprakelijkheid & verzekeringen - Toerisme & reizen

Een verzekering is geen reisdienst en een reisverzekering evenmin een toeristische dienst. Het Hof van Beroep te Gent heeft zeer recent dit principe andermaal bevestigd en acht de reiswetgeving in haar geheel niet van toepassing op het luik reisverzekering.

Het eerder in de rechtspraak gehuldigd standpunt, dat het aanbieden en de verkoop van reisverzekeringen een “financiële dienstverlening“ betreft en dus geen reisdienst, blijft onverkort van kracht.

Artikel I.8,18 WER is zonneklaar in haar definitie van een financiële dienst:

financiële dienst: iedere dienst van bancaire aard of op het gebied van kredietverstrekking, verzekering, individuele pensioenen, beleggingen en betalingen”.

Ongeacht de premie inclusief of facultatief bij een reispakket wordt aangeboden en/of aangerekend en/of deel uitmaakt van de totaalprijs van de pakketreis, behoort die verzekering niet tot de “pakketreisovereenkomst”. De verkoop ervan door organisator of doorverkoper, gelijktijdig of niet met het reispakket, verandert daar niets aan.

Volgens artikel 2 1° Wet Pakketreizen maken slechts deel uit van een pakketreis: de klassieke reisdiensten (passagiersvervoer, accommodatie en verhuur van voertuigen) én toeristische diensten. (zoals bijvoorbeeld, toegangskaarten, rondleidingen, excursies, skilessen, …)

Dit is de letterlijke transcriptie van artikel 3 1) Pakketreisrichtlijn 2015/2302.

“Reisverzekeringen” worden niet genoemd in die dwingende regelgeving. Zij zijn ook geen “toeristische dienst” volgens de heersende rechtspraak. Hoewel ingeburgerd bij de consument dat een reisagent of doorverkoper reisverzekeringen te koop aanbiedt en verkoopt of een reisorganisator dit in zijn aanbod, inclusief of facultatief opneemt, beheersen andere rechtsregels dan het reisrecht deze aangelegenheid, met name het verzekeringsrecht en in het bijzonder de Verzekeringswet van 2014.

Een reisverzekering is geen reisdienst

Dit wordt nu bijzonder actueel bij de vraag tot eventuele terugbetaling van de reissommen en bepaling van de waarde van het bedrag van de inmiddels gekende corona-tegoedbonnen in de reissector. (MB van 19 maart 2020)

Verzekeringspremies betaald in het kader van een (pakket)reisovereenkomst komen op basis van de Pakketreisrichtlijn en Wet Pakketreizen niet in aanmerking om terugbetaald te worden. Daar bestaat in de reiswetgeving geen wettelijke basis voor. De rechtspraak onder gelding van de vroegere wet heeft niets aan waarde ingeboet gelet op de omschrijving van het begrip ”pakketreis” in de huidige regelgeving.

Het MB van 19 maart 2020, verwijst naar de “volledige waarde van het bedrag door de reiziger betaald“ en “het betaalde bedrag” van de pakketreis(overeenkomst) zoals bepaald in artikel 2 3° van de Wet Pakketreizen. Dit MB kan dus onmogelijk de reisverzekering viseren en een rechtsgrond zijn tot terugvordering van betaalde verzekeringspremies.

Indien evenwel een organisator met betrekking tot een reispakket inclusief reisverzekering, niet in staat is, de prijscomponent “reisverzekering” aan te tonen op bewijskrachtige en overtuigende wijze, heeft hij wel mogelijk een bewijsprobleem.

Dat hij in die hypothese het volledig ontvangen bedrag desnoods moet terugbetalen, is dan het gevolg van de bewijsnood van de reisorganisator en niet van het vorderingsrecht van de reiziger aangaande de terugbetaling van een verzekeringspremie.

Voor meer inlichten en informatie rond dit onderwerp, kan u contact opnemen met mr. Jan Van Bellinghen en mr. Fred Van Bellinghen.

Terug naar overzicht

Tillid advocaten gebruikt cookies om uw surfervaring gemakkelijker te maken en voor analysedoeleinden.  Door verder gebruik te maken van deze website gaat u hiermee akkoord.

Meer info